Politie in Ceuta onder zware druk: te weinig middelen en slechte slaapplaatsen
De Spaanse politie die in Ceuta duizenden migranten moet identificeren en registreren, heeft de afgelopen weken onder uiterst moeilijke omstandigheden gewerkt. Niet alleen was er volgens politievakbonden een tekort aan personeel en materiaal, ook over de huisvesting van de extra ingezette agenten kwamen stevige klachten naar buiten.
Beelden vanuit het tijdelijke registratiecentrum en verklaringen van politievakbonden roepen opnieuw vragen op over de voorbereiding en aanpak van de Spaanse regering na de massale grensoversteek van eind juli.
Vier computers om duizenden mensen te registreren
Eind augustus bracht Telecinco een bezoek aan het Centro de Atención Temporal de Extranjeros, het CATE, waar migranten worden geïdentificeerd en geregistreerd.
Raúl Piera van politievakbond Sindicato Unificado de Policía (SUP) verklaarde daar dat agenten op dat moment slechts over vier computers beschikten.
Volgens hem waren er veertien nodig om het werk op een behoorlijke manier uit te kunnen voeren.
Dat terwijl nog duizenden mensen moesten worden geïdentificeerd. Minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande-Marlaska verklaarde op 28 augustus dat naar schatting nog ongeveer 5.000 migranten in Ceuta verbleven, onder wie circa 1.500 minderjarigen. Hij benadrukte daarbij zelf dat de definitieve aantallen pas duidelijk zouden worden nadat de identificatie was afgerond.
Inmiddels extra werkplekken ingericht
De situatie is inmiddels enigszins verbeterd.
Op 4 september meldde de regeringsdelegatie in Ceuta dat er acht werklijnen voor identificatie en registratie operationeel waren. Deze zijn uitgerust met computers, printers en een internetverbinding.
Het plan is om het aantal werkplekken in het CATE uit te breiden naar veertien. Daarnaast zijn er registratiemogelijkheden op het hoofdbureau van de politie en bij de grensovergang.
Dat er inmiddels extra materiaal wordt geplaatst, verandert echter niets aan de vraag waarom die capaciteit niet veel eerder beschikbaar was.
Agenten slapen met zeven of acht personen in één ruimte
Ook de omstandigheden waaronder politieagenten buiten hun diensten moeten herstellen, hebben tot forse kritiek geleid.
De vakbonden CSIF en JUPOL meldden dat sommige uitgezonden politieagenten werden ondergebracht in militaire modules met kamers waarin zeven of acht agenten samen moesten slapen.
Volgens de bonden waren er ruimtes met maximaal acht stapelbedden, zonder airconditioning en met slechts één ventilator, midden in de hete zomer van Ceuta. Ook zouden er onvoldoende douches en toiletten zijn.
Andere politievakbonden maakten soortgelijke klachten openbaar. Telemadrid meldde onder meer oude matrassen, onvoldoende bedden en sterk verouderde voorzieningen.
Politie spreekt over situatie ‘aan de limiet’
CSIF en JUPOL zeggen dat de druk op de veiligheidsdiensten bijzonder hoog is.
Alleen al de alarmcentrale van het Spaanse politienummer 091 zou op sommige dagen rond de 200 oproepen per dag hebben ontvangen.
De bonden spreken van een tekort aan personeel en eisen zowel versterking van de politiemacht als fatsoenlijke huisvesting voor agenten die vanuit andere delen van Spanje naar Ceuta zijn gestuurd.
Meer dan 1.600 politie- en Guardia Civil-agenten
Daar staat tegenover dat de Spaanse regering erop wijst dat de totale veiligheidsinzet in Ceuta veel groter is dan alleen het personeel dat de registraties uitvoert.
Marlaska verklaarde eind augustus dat er na de crisis meer dan 1.600 agenten van Policía Nacional en Guardia Civil in Ceuta actief waren, aangevuld met militairen.
Het probleem zit dus niet uitsluitend in het totale aantal veiligheidsmensen, maar ook in de capaciteit om duizenden individuele dossiers te verwerken: identificatie, vingerafdrukken, foto’s, registratie, asielprocedures en waar nodig terugkeerprocedures.
Hoe kon de basisvoorziening zo lang tekortschieten?
Juist daar ligt de belangrijkste vraag.
Bij een crisis van deze omvang kan niemand verwachten dat iedere voorziening vanaf het eerste uur perfect functioneert. Maar ruim een maand na de massale toestroom moesten politievakbonden nog publiekelijk klagen over te weinig computers, onvoldoende capaciteit en slechte slaapomstandigheden.
Tegelijkertijd waren agenten verantwoordelijk voor een van de belangrijkste taken van de hele operatie: vaststellen wie zich in Ceuta bevindt en wat de juridische status van iedere persoon is.
Zonder die registratie is het moeilijk om asielaanvragen te behandelen, minderjarigen te identificeren, mensen over te plaatsen of personen zonder verblijfsrecht terug te sturen.
Wie is verantwoordelijk?
De regering heeft inmiddels extra middelen, personeel en voorzieningen toegezegd en een groter steunpakket voor Ceuta aangekondigd.
Maar de kritiek van de politie roept een legitieme vraag op:
waarom waren basale middelen zoals voldoende computers, werkplekken en behoorlijke slaapplaatsen niet direct beschikbaar voor de mensen die deze crisis namens de Spaanse staat moesten verwerken?
Agenten vragen niet om luxe.
Ze vragen om voldoende middelen om hun werk te kunnen doen en om fatsoenlijke omstandigheden waarin ze tussen lange diensten door kunnen herstellen.
Na een grenscrisis van deze omvang zou dat geen bijzondere eis moeten zijn, maar een basisvoorwaarde.
