Nederlanders blijven grote kopers op Spaanse huizenmarkt, ondanks forse daling buitenlandse aankopen
Buitenlanders kopen aanzienlijk minder woningen in Spanje, maar betalen tegelijkertijd steeds hogere prijzen. Vooral buitenlandse kopers die niet permanent in Spanje wonen, trekken zich terug van de woningmarkt. In het eerste halfjaar van 2026 daalde het aantal aankopen door deze groep met 18 procent. Opvallend genoeg vormen Nederlanders de grootste groep niet-ingezeten buitenlandse kopers. Zij blijven vooral actief in de regio Valencia, Murcia en Andalusië.
Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Spaanse notarissen, die donderdag 15 oktober 2026 werden gepubliceerd.
Volgens het Consejo General del Notariado werden tussen januari en juni in totaal 62.327 woningen gekocht door buitenlanders.
Dat is 13 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar.
De daling is de sterkste sinds de coronapandemie.
Toch blijven buitenlandse kopers een belangrijke rol spelen op de Spaanse woningmarkt.
Buitenlanders kopen 13 procent minder woningen
De Spaanse woningmarkt laat een opvallende ontwikkeling zien.
Hoewel de huizenprijzen blijven stijgen, neemt het aantal transacties af.
Dat geldt niet alleen voor Spaanse kopers, maar ook voor buitenlanders.
In de eerste zes maanden van 2026 kochten buitenlandse particulieren 62.327 woningen.
In dezelfde periode van 2025 lag dat aantal ongeveer 13 procent hoger.
Het aandeel buitenlandse kopers in alle woningtransacties daalde daardoor naar 18,3 procent.
Een jaar eerder was dat nog 19,2 procent en in 2024 zelfs 20,3 procent.
Daarmee is ongeveer één op de vijf à zes woningen die in Spanje worden verkocht, afkomstig uit een transactie met een buitenlandse koper.
Vooral buitenlanders die buiten Spanje wonen kopen minder
De grootste daling is zichtbaar bij buitenlanders die hun hoofdverblijf niet in Spanje hebben.
Deze groep kocht in het eerste halfjaar 22.940 woningen.
Dat zijn 5.048 aankopen minder dan in dezelfde periode van 2025.
De daling bedraagt daarmee 18 procent.
Het gaat om het laagste aantal aankopen door niet-ingezeten buitenlanders sinds het eerste halfjaar van 2021.
Ter vergelijking: in het eerste halfjaar van 2022 werden door deze groep nog 33.510 woningen gekocht.
Sindsdien is het aantal transacties vrijwel voortdurend afgenomen.
Dat betekent niet noodzakelijk dat de belangstelling voor Spaanse woningen verdwijnt.
Wel laten de cijfers zien dat minder geïnteresseerden daadwerkelijk tot aankoop overgaan.
Nederlanders grootste groep niet-ingezeten buitenlandse kopers
Een van de opvallendste uitkomsten is de sterke positie van Nederlandse woningkopers.
Van alle aankopen door buitenlanders die niet in Spanje wonen, werd 12,6 procent gedaan door Nederlanders.
Daarmee vormen zij de grootste nationaliteitsgroep binnen dit marktsegment.
Duitsers volgen met 11,8 procent en Britten met 10,4 procent.
Poolse kopers vertegenwoordigen 8,1 procent.
De cijfers tonen aan dat Nederlanders nog altijd een belangrijke rol spelen in de Spaanse markt voor tweede woningen en vakantiehuizen.
Vooral de combinatie van het klimaat, het buitenleven en de relatief goede bereikbaarheid maakt Spanje aantrekkelijk.
Maar ook onder deze kopers staat de markt onder druk door stijgende prijzen.
Waar kopen Nederlanders het liefst?
De belangstelling van Nederlandse kopers is niet gelijk over heel Spanje verdeeld.
Volgens de notariscijfers zijn Nederlanders relatief sterk vertegenwoordigd in drie regio’s.
In Murcia nemen zij 17,8 procent van de aankopen door niet-ingezeten buitenlanders voor hun rekening.
In de regio Valencia bedraagt dit aandeel 15,8 procent.
Andalusië volgt met 13,4 procent.
Dat zijn opvallende percentages.
Vooral de regio Valencia, waartoe de Costa Blanca behoort, blijft aantrekkelijk voor Nederlandse kopers.
Plaatsen zoals Jávea, Dénia, Moraira, Calpe, Altea, Benidorm en Torrevieja trekken al jarenlang buitenlandse woningzoekers.
Ook in het binnenland van Alicante bestaat belangstelling voor finca’s en woningen met grond.
Murcia vormt voor sommige kopers een alternatief vanwege het landschap, de kust en de mogelijkheden om buiten de drukste toeristische gebieden te wonen.
De genoemde percentages zijn overigens aandelen binnen de buitenlandse niet-residentengroep per regio. Het zijn geen percentages van alle verkochte woningen.
Regio Valencia trekt vier op de tien buitenlandse niet-residenten
De regio Valencia blijft veruit de belangrijkste bestemming voor buitenlandse kopers die niet permanent in Spanje wonen.
In de eerste helft van 2026 werden hier 9.250 woningen gekocht door deze groep.
Dat vertegenwoordigt 40,3 procent van alle Spaanse woningtransacties door niet-ingezeten buitenlandse kopers.
Andalusië staat met ongeveer 5.800 aankopen op de tweede plaats.
Daarna volgen de Canarische Eilanden met 2.046 woningen, Murcia met 1.780 en Catalonië met 1.777.
De sterke positie van de regio Valencia onderstreept het belang van de Costa Blanca op de internationale woningmarkt.
Het gaat hierbij om de gehele autonome regio Valencia, dus niet uitsluitend om de provincie Alicante.
Britse en Belgische aankopen dalen eveneens
Niet alleen Nederlanders en Duitsers hebben te maken met een veranderende woningmarkt.
Ook Britten en Belgen kopen minder woningen.
Bij Britse niet-ingezeten kopers is de daling bijzonder duidelijk.
Zij kochten in het eerste halfjaar van 2025 nog 3.296 woningen.
In 2026 waren dat er 2.388.
Dat betekent een afname van 908 aankopen.
Bij Duitse kopers daalde het aantal transacties met 557.
Belgische kopers kochten 543 woningen minder en Franse kopers 436 minder dan een jaar eerder.
De cijfers wijzen daarmee op een brede terugval onder verschillende West-Europese nationaliteiten.
Buitenlandse kopers betalen gemiddeld 3.493 euro per vierkante meter
Hoewel buitenlanders minder woningen kopen, blijven de prijzen die zij betalen stijgen.
Vooral niet-ingezeten buitenlandse kopers bevinden zich in een relatief hoog prijssegment.
Zij betaalden in het eerste halfjaar van 2026 gemiddeld 3.493 euro per vierkante meter.
Buitenlanders die wel in Spanje wonen, betaalden gemiddeld 2.102 euro per vierkante meter.
Voor Spaanse kopers bedroeg de gemiddelde prijs 1.971 euro per vierkante meter.
Het verschil tussen niet-ingezeten buitenlanders en Spaanse kopers bedraagt daarmee ruim 77 procent.
Dat is een aanzienlijk prijsverschil.
Maar het betekent niet automatisch dat buitenlanders voor exact dezelfde woning veel meer betalen.
Zij kopen relatief vaak in populaire kustgebieden en in andere delen van de markt dan veel Spaanse huishoudens.
De cijfers vergelijken verschillende groepen aangekochte woningen.
Hoeveel verschil maakt dat bij een woning van 100 vierkante meter?
Om het prijsverschil inzichtelijk te maken, kunnen we een rekenvoorbeeld gebruiken.
Stel dat een woning een oppervlakte heeft van 100 vierkante meter.
Op basis van de gemiddelde betaalde vierkantemeterprijzen ontstaat dan het volgende beeld:
| Kopersgroep | Gemiddelde prijs 100 m² |
|---|---|
| Buitenlandse niet-residenten | € 349.300 |
| Buitenlandse residenten | € 210.200 |
| Spaanse kopers | € 197.100 |
Een buitenlandse koper die niet in Spanje woont, betaalt in dit theoretische voorbeeld gemiddeld € 152.200 meer dan een Spaanse koper.
Dit verschil zegt vooral iets over het type woningen en de locaties waar de verschillende groepen actief zijn.
Het is geen bewijs dat een individuele buitenlandse koper voor dezelfde woning meer moet betalen.
Huizenprijzen blijven ondanks minder aankopen stijgen
Een andere opvallende ontwikkeling is dat de gemiddelde betaalde prijzen blijven oplopen.
Bij buitenlandse niet-residenten steeg de gemiddelde vierkantemeterprijs met 11,8 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Voor buitenlanders die permanent in Spanje wonen, bedroeg de stijging 9,8 procent.
Spaanse kopers betaalden gemiddeld 8,7 procent meer.
De prijsstijging is daarmee het sterkst bij de niet-ingezeten buitenlandse kopers.
Het verschil tussen niet-ingezeten en wel in Spanje wonende buitenlanders is inmiddels opgelopen tot gemiddeld 1.391 euro per vierkante meter.
Een jaar eerder bedroeg dit verschil nog 1.210 euro.
De cijfers laten zien dat minder transacties niet automatisch leiden tot lagere gemiddelde aankoopprijzen.
Waarom blijven buitenlandse kopers zoveel betalen?
De Spaanse kustgebieden blijven aantrekkelijk voor buitenlandse woningzoekers.
Vooral het klimaat, de bereikbaarheid en de mogelijkheid om een tweede woning te bezitten spelen een rol.
Daarnaast zoeken sommige kopers een woning voor hun pensioen of voor een toekomstige verhuizing naar Spanje.
De hogere gemiddelde prijzen kunnen deels worden verklaard doordat niet-ingezeten buitenlanders relatief vaak in populaire en duurdere gebieden kopen.
Ook kunnen vrijstaande woningen, villa’s en appartementen op gewilde locaties een hoger prijsniveau hebben dan de gemiddelde woning op de Spaanse markt.
De notariële gegevens tonen echter niet aan welke afzonderlijke factoren de volledige prijsverschillen veroorzaken.
Daarom is voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies.
Buitenlanders die in Spanje wonen kopen ook minder
De afname beperkt zich niet tot eigenaren van tweede woningen.
Ook buitenlanders die permanent in Spanje wonen, kochten minder huizen.
In de eerste helft van 2026 ging het om 39.387 transacties.
Dat is 9,7 procent minder dan in dezelfde periode van 2025.
Destijds werden 43.637 woningen gekocht.
Deze groep omvat onder meer mensen die in Spanje werken, gezinnen die zich er hebben gevestigd en buitenlandse gepensioneerden.
Daarmee verschilt hun situatie vaak aanzienlijk van die van mensen die vanuit het buitenland een vakantiewoning kopen.
De daling onder buitenlandse residenten past bovendien binnen de bredere afname van woningtransacties op de Spaanse markt.
Betekent dit dat huizen in Spanje goedkoper worden?
Dat is voorlopig niet uit de cijfers af te leiden.
Hoewel er minder woningen worden gekocht, blijven de gemiddelde transactieprijzen stijgen.
Een daling van het aantal aankopen kan verschillende oorzaken hebben.
Hogere prijzen kunnen ervoor zorgen dat woningzoekers langer nadenken voordat zij een bod uitbrengen.
Ook het beschikbare woningaanbod en de financieringsmogelijkheden kunnen invloed hebben.
Daarnaast kunnen regionale verschillen groot zijn.
Een woning in het binnenland van Alicante ontwikkelt zich niet noodzakelijk op dezelfde manier als een appartement direct aan zee in Moraira of Jávea.
Wie een huis in Spanje wil kopen, doet er daarom verstandig aan vooral naar de lokale markt te kijken.
Wat betekent dit voor Nederlanders en Belgen die een huis zoeken?
Voor Nederlandse en Belgische woningzoekers zijn de nieuwe cijfers interessant.
Ze laten zien dat buitenlandse kopers minder vaak tot aankoop overgaan, maar dat de gemiddelde prijzen nog niet dalen.
Het kan daarom verstandig zijn om meerdere regio’s met elkaar te vergelijken.
Vooral buiten de drukste kustplaatsen zijn soms andere mogelijkheden te vinden.
Denk aan woningen in kleinere dorpen, het binnenland of gebieden waar minder internationale belangstelling bestaat.
Maar een lagere vraagprijs betekent niet automatisch dat een woning voordeliger is.
Bij oudere woningen en finca’s kunnen renovatiekosten, vergunningen en de juridische status van de bebouwing een belangrijke rol spelen.
Ook het kadaster, de eigendomsakte en de daadwerkelijke perceelgrenzen verdienen extra aandacht.
Conclusie: minder buitenlandse kopers, maar hogere woningprijzen
De nieuwste cijfers van de Spaanse notarissen laten een duidelijke ontwikkeling zien.
Buitenlanders kochten in het eerste halfjaar van 2026 ongeveer 13 procent minder woningen dan een jaar eerder.
Bij buitenlanders die niet permanent in Spanje wonen, bedroeg de daling zelfs 18 procent.
Nederlanders blijven binnen deze laatste groep de belangrijkste nationaliteit, gevolgd door Duitsers, Britten en Polen.
Vooral de regio Valencia, Murcia en Andalusië blijven populaire bestemmingen.
Tegelijkertijd betalen niet-ingezeten buitenlanders gemiddeld ruim 77 procent meer per vierkante meter dan Spaanse kopers.
De Spaanse woningmarkt laat daarmee een opvallende tegenstelling zien: buitenlandse kopers worden terughoudender, maar de woningen die zij daadwerkelijk kopen, worden gemiddeld steeds duurder.
