Spaanse gepensioneerde waarschuwt: woningcrisis maakt gezinsvorming voor jongeren steeds moeilijker
De Spaanse woningcrisis raakt volgens critici allang niet meer alleen jongeren die het ouderlijk huis niet kunnen verlaten. De gevolgen kunnen uiteindelijk ook merkbaar worden in het aantal kinderen dat in Spanje wordt geboren. Die waarschuwing gaf de Spaanse gepensioneerde Juan Leo Sánchez tijdens een discussie op televisie.
Volgens hem zijn huren en koopwoningen voor veel jonge Spanjaarden zo duur geworden dat zelfstandig wonen, samenwonen en uiteindelijk een gezin stichten steeds verder worden uitgesteld.
Zijn uitspraak dat Spanje zich „over tien jaar zonder kinderen” zou kunnen bevinden, is duidelijk een krachtige waarschuwing en geen letterlijke demografische voorspelling. Toch wijzen officiële cijfers erop dat zowel de moeilijke positie van jongeren op de woningmarkt als het lage geboortecijfer serieuze problemen zijn.
‘Hoe moeten jongeren dan kinderen krijgen?’
Juan Leo Sánchez, gepensioneerd en vader van vier kinderen, sprak over de woningproblematiek in het televisieprogramma LaSexta Xplica.
Hij woont zelf nog samen met een van zijn kinderen en vertelde dat hij met zijn pensioen maar net rondkomt.
Volgens Sánchez is het voor mensen met een laag of gemiddeld inkomen tegenwoordig bijzonder moeilijk om tegelijkertijd een hoge huur of hypotheek, boodschappen en andere dagelijkse uitgaven te betalen.
Voor jongeren die nog aan het begin van hun loopbaan staan, is die situatie volgens hem nog ingewikkelder.
Zijn boodschap is eenvoudig: wanneer jonge stellen geen betaalbare woning kunnen vinden en onvoldoende inkomen overhouden, wordt ook de beslissing om aan kinderen te beginnen uitgesteld.
Kritiek op opeenvolgende Spaanse regeringen
Sánchez richtte zijn kritiek niet specifiek op één politieke partij.
Volgens hem hebben opeenvolgende Spaanse regeringen, ongeacht hun politieke kleur, onvoldoende gedaan om het tekort aan betaalbare woningen structureel op te lossen.
Hij pleit daarom voor een omvangrijk programma voor sociale en betaalbare woningbouw, vooral gericht op jongeren en mensen met lagere inkomens.
Volgens hem moet wonen opnieuw bereikbaar worden voor mensen die werken maar door de huidige prijzen nauwelijks zelfstandig een woning kunnen betalen.
Slechts 14,5 procent van Spaanse jongeren woont zelfstandig
Recente cijfers laten zien hoe moeilijk de situatie voor jonge Spanjaarden inmiddels is.
Volgens het Consejo de la Juventud de España woonde slechts 14,5 procent van de jongeren zelfstandig. Dat is het laagste percentage sinds deze gegevens worden bijgehouden.
De gemiddelde leeftijd waarop Spaanse jongeren het ouderlijk huis verlaten is inmiddels gestegen tot ongeveer 30,2 jaar.
Daarmee behoort Spanje al jarenlang tot de Europese landen waar jongeren relatief laat zelfstandig gaan wonen.
Alleen wonen bijna onbetaalbaar
Vooral de huurprijzen vormen een probleem.
Volgens het Spaanse jongerenobservatorium bedroeg de gemiddelde huurprijs 1.176 euro per maand. Dat komt overeen met bijna 99 procent van het gemiddelde salaris van een jonge werknemer.
Zelfstandig een volledige woning huren is daardoor voor veel jonge Spanjaarden praktisch onmogelijk.
Ook kopen biedt lang niet altijd een oplossing. Voor een gemiddelde woning van ongeveer 223.000 euro zou een jongere volgens het onderzoek circa 66.900 euro eigen geld nodig hebben om een hypotheek te kunnen afsluiten.
Dat bedrag komt overeen met bijna vijf volledige jaarsalarissen van een gemiddelde jonge werknemer.
Jongeren blijven daardoor langer thuis wonen
Het gevolg is dat veel twintigers en zelfs dertigers bij hun ouders blijven wonen.
Anderen huren noodgedwongen een kamer of delen een woning met meerdere personen. Het aanbod van kamers is de afgelopen jaren sterk gestegen, maar ook daarvoor lopen de prijzen op.
Dat heeft gevolgen die verder gaan dan alleen de woningmarkt.
Een eigen woning is voor veel mensen een belangrijke voorwaarde om samen te wonen, een stabiel leven op te bouwen en aan kinderen te beginnen.
Wanneer die stap steeds later wordt gezet, kan ook het krijgen van kinderen naar een latere leeftijd verschuiven.
Spanje heeft al een zeer laag geboortecijfer
Tegelijkertijd kampt Spanje al jaren met een uitzonderlijk laag geboortecijfer.
In 2015 werden nog ruim 420.000 kinderen geboren. In 2025 waren dat er naar schatting ongeveer 321.000.
Hoewel het aantal geboorten in 2025 voor het eerst in jaren licht steeg met 1 procent, ligt het aantal nog steeds bijna 100.000 lager dan tien jaar eerder.
In 2024 kreeg een vrouw in Spanje gemiddeld slechts 1,10 kind. Dat ligt ver onder het niveau van ongeveer 2,1 kinderen per vrouw dat op lange termijn nodig is om een bevolking zonder migratie op hetzelfde niveau te houden.
Spaanse vrouwen krijgen bovendien later kinderen
Niet alleen het aantal geboorten verandert. Ook de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen schuift verder op.
In 2015 was bij 7,8 procent van de geboorten de moeder 40 jaar of ouder. In 2025 was dat volgens voorlopige cijfers al 10,4 procent.
Dat past bij een bredere ontwikkeling waarbij belangrijke levenskeuzes steeds verder worden uitgesteld.
Een langere opleiding, onzeker werk, hogere kosten van levensonderhoud en vooral problemen met het vinden van geschikte woonruimte spelen daarbij allemaal een rol.
Vergrijzing wordt ondertussen groter probleem
Spanje wordt tegelijkertijd steeds ouder.
Momenteel is ongeveer 21 procent van de Spaanse bevolking 65 jaar of ouder. Volgens de nieuwste bevolkingsprognose van het Spaanse statistiekbureau INE kan dat aandeel de komende decennia richting 30 procent stijgen.
Dat heeft gevolgen voor onder meer pensioenen, gezondheidszorg en de arbeidsmarkt.
De uitspraak van Sánchez raakt daarom aan een veel bredere discussie: wanneer jonge generaties geen stabiele basis kunnen opbouwen, heeft dat uiteindelijk ook gevolgen voor de toekomstige bevolkingssamenstelling.
Woningcrisis is niet enige oorzaak
Het zou echter te eenvoudig zijn om het lage geboortecijfer uitsluitend aan de woningmarkt toe te schrijven.
Ook veranderende wensen rond ouderschap, langere opleidingen, arbeidsmarktonzekerheid, kinderopvang, de kosten van kinderen en het steeds later aangaan van vaste relaties spelen een rol.
Wel maakt betaalbare woonruimte het aanzienlijk eenvoudiger om zelfstandig te worden en een gezin te vormen.
Daarom wordt de Spaanse woningcrisis steeds vaker niet alleen als een economisch probleem gezien, maar ook als een sociaal en demografisch probleem.
‘Bouwen voor mensen die het nodig hebben’
Voor Juan Leo Sánchez ligt een belangrijk deel van de oplossing bij veel meer betaalbare woningbouw.
Hij vindt dat de Spaanse overheid woningen moet laten bouwen die daadwerkelijk bereikbaar zijn voor jonge werknemers en huishoudens met lagere inkomens.
Want zolang iemand met een normaal salaris nauwelijks zelfstandig kan wonen, blijft volgens hem niet alleen het vertrek uit het ouderlijk huis uitgesteld.
Ook samenwonen, trouwen en het krijgen van kinderen komen daardoor steeds later in beeld.
Zijn waarschuwing dat Spanje binnen tien jaar „zonder kinderen” zou komen te zitten is overdreven wanneer deze letterlijk wordt genomen. Maar achter die uitspraak zit een ontwikkeling die wel degelijk zichtbaar is: Spaanse jongeren gaan uitzonderlijk laat het huis uit, woningen worden steeds moeilijker betaalbaar en Spanje behoort tot de landen met de laagste geboortecijfers van Europa.
