Wat kost de opvang van alleenstaande minderjarige migranten in Spanje werkelijk?
De opvang van alleenstaande minderjarige migranten zorgt in Spanje regelmatig voor politieke en maatschappelijke discussie. Daarbij circuleren bedragen van duizenden euro’s per maand per minderjarige. Maar wat betekenen die bedragen precies en wat ontvangt een jongere daadwerkelijk zelf?
Een blik op officiële cijfers laat zien dat de kosten inderdaad aanzienlijk kunnen zijn. Tegelijkertijd is het belangrijk onderscheid te maken tussen de kosten van een opvangplaats en geld dat rechtstreeks aan een jongere wordt uitgekeerd.
Madrid: ruim €200 per dag voor een opvangplaats
De Comunidad de Madrid sloot in 2026 een nieuw raamcontract voor de residentiële opvang van minderjarigen die zonder familiebegeleiding in de regio verblijven.
Het officiële basistarief bedraagt maximaal €204,60 per opvangplaats per dag inclusief btw. Bij een maand van dertig dagen komt dat neer op ongeveer €6.138 per opvangplaats.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat een minderjarige iedere maand €6.138 ontvangt.
Het bedrag is bestemd voor de volledige opvangvoorziening. Daaruit worden onder meer gebouwen, personeel, begeleiding, voeding, verzorging en andere diensten betaald. Het geld gaat dus naar organisaties die de opvang uitvoeren.
Ook ligt niet ieder afgesloten contract exact op €204,60 per dag. Uit de aanbestedingsgegevens blijkt dat sommige aanbieders tegen een iets lager bedrag zijn gecontracteerd.
Op jaarbasis gaat het om forse bedragen
Wanneer een opvangplaats een heel jaar tegen €204,60 per dag wordt gebruikt, komt dat theoretisch neer op bijna €74.700 per jaar.
De Madrileense raamovereenkomst heeft bovendien een geraamde waarde van ruim €74,7 miljoen. Dat laat zien dat de opvang van deze groep een aanzienlijke publieke uitgavenpost kan zijn.
Maar deze bedragen mogen niet zomaar worden gebruikt om de totale kosten voor heel Spanje te berekenen. Jeugdzorg valt grotendeels onder de autonome regio’s en tarieven, opvangvormen en kosten verschillen sterk per regio.
Wat gebeurt er wanneer een jongere 18 wordt?
De ondersteuning stopt niet in alle gevallen automatisch op de achttiende verjaardag.
Spanje kent verschillende programma’s voor jongeren die onder jeugdbescherming hebben gestaan en daarna zelfstandig moeten gaan wonen. In het Spaans worden zij vaak aangeduid als jóvenes extutelados.
Welke ondersteuning beschikbaar is, verschilt per autonome regio.
Catalonië heeft bijvoorbeeld een financiële regeling voor jongeren die tot hun achttiende onder voogdij van de Generalitat hebben gestaan en onvoldoende eigen inkomen hebben.
In 2026 bedraagt het Catalaanse inkomensreferentiebedrag €801,85 per maand. De uitkering voor daarvoor in aanmerking komende ex-tutelados is aan deze IRSC gekoppeld.
Het eerder veelgenoemde bedrag van €778,49 gold in 2025 en is voor 2026 dus achterhaald.
Niet iedere voormalige minderjarige krijgt automatisch €801,85
Ook hier is een belangrijke nuance nodig.
Het gaat niet om een automatische uitkering voor iedere buitenlandse jongere die achttien wordt.
Aan de regeling zijn voorwaarden verbonden. De jongere moet onder meer:
- daadwerkelijk onder voogdij van de Catalaanse overheid hebben gestaan;
- onvoldoende eigen inkomsten hebben;
- legaal in Catalonië verblijven;
- binnen de vastgestelde leeftijdsgrenzen vallen;
- meewerken aan een individueel traject gericht op opleiding, werk, huisvesting en zelfstandigheid.
De regeling geldt bovendien voor in aanmerking komende ex-tutelados ongeacht of zij Spaans of buitenlands zijn. De financiële tegemoetkoming kan vóór het bereiken van de leeftijd van 23 jaar worden aangevraagd.
Ook begeleid wonen is mogelijk
Naast financiële ondersteuning bestaan er programma’s voor begeleid wonen.
In Catalonië kunnen daarvoor in aanmerking komende jongeren bijvoorbeeld toegang krijgen tot een begeleide woning om de stap naar zelfstandig wonen te maken. Dat betekent opnieuw niet dat de kosten van zo’n woonvoorziening als geld op de rekening van de jongere worden gestort.
De overheid betaalt daarbij voor een voorziening waarin onder andere huisvesting en professionele begeleiding worden aangeboden.
Dat onderscheid is belangrijk, omdat op sociale media regelmatig de kosten van zo’n woonplek worden opgeteld bij de maandelijkse uitkering en vervolgens worden gepresenteerd alsof de jongere dat volledige bedrag zelf ontvangt. Dat beeld klopt niet.
Waarom komen veel jonge Marokkanen naar Spanje?
De hoogte van Spaanse opvangkosten bewijst op zichzelf niet waarom jongeren uit Marokko naar Spanje vertrekken.
Onderzoek naar alleenstaande minderjarige migranten noemt verschillende oorzaken. Armoede en gebrek aan toekomstperspectief spelen een rol, maar ook sociale uitsluiting, schooluitval, slechte arbeidsomstandigheden, problemen binnen gezinnen en de hoop in Europa te kunnen studeren, werken en een beter bestaan opbouwen.
De geografische ligging speelt vanzelfsprekend eveneens een rol: Marokko ligt direct tegenover Spanje en grenst bij Ceuta en Melilla zelfs rechtstreeks aan Spaans grondgebied.
Daarom is het te eenvoudig om te stellen dat jongeren uitsluitend naar Spanje komen vanwege financiële ondersteuning.
Maar de kosten mogen wel besproken worden
Dat neemt niet weg dat de publieke kosten van opvang en begeleiding aanzienlijk zijn.
Daarover mogen vanzelfsprekend vragen worden gesteld.
Hoeveel kost de opvang jaarlijks? Hoeveel jongeren maken gebruik van vervolgprogramma’s na hun achttiende verjaardag? Hoe effectief zijn deze programma’s? Hoeveel jongeren vinden uiteindelijk werk en worden zelfstandig? En hoe verhouden de uitgaven zich tot andere vormen van jeugdzorg en sociale ondersteuning?
Voor een goed debat is het echter belangrijk om dezelfde bedragen met elkaar te vergelijken.
€6.138 per maand voor een opvangplaats is iets heel anders dan €6.138 aan leefgeld voor één jongere.
En ook na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar bestaat ondersteuning niet automatisch en onbeperkt. De regelingen verschillen per regio en zijn gekoppeld aan voorwaarden, inkomen, leeftijd en een begeleidings- of integratietraject.
De bedragen zijn hoog genoeg om kritisch naar de besteding van publiek geld te kijken. Daarvoor hoeven ze niet groter te worden voorgesteld dan ze daadwerkelijk zijn.
