Na veertien jaar weer algemene staking: waarom komen UGT en CCOO juist nú in actie?

De twee grootste vakbonden van Spanje, UGT en CCOO, hebben voor 11 november 2026 een algemene staking van 24 uur aangekondigd. De actie draait om de woningcrisis, stijgende woonlasten en de volgens de bonden te lage lonen om die kosten nog te kunnen dragen.

De timing zorgt echter ook voor politieke discussie. De staking vindt namelijk plaats op slechts enkele weken van de vervroegde landelijke verkiezingen van 29 november.

Daarmee rijst bij critici een opvallende vraag: waarom komt er juist nu voor het eerst in veertien jaar weer een gezamenlijke landelijke algemene staking?

Eerste grote gezamenlijke staking sinds 2012

De staking van 11 november wordt bijzonder.

Het is namelijk de eerste grote landelijke algemene staking die UGT en CCOO gezamenlijk ondersteunen sinds 2012.

Dat betekent overigens niet dat de twee bonden in de tussenliggende jaren niets hebben gedaan.

UGT en CCOO organiseerden en ondersteunden de afgelopen jaren meerdere demonstraties, acties en sectorale protesten.

Zo waren er onder andere mobilisaties rond:

  • pensioenen;
  • hogere lonen;
  • arbeidsvoorwaarden;
  • verkorting van de werkweek;
  • publieke voorzieningen;
  • en sociale zekerheid.

Maar een gezamenlijke algemene staking van het hele land kwam er sinds 2012 niet meer.

Waarom nu wel?

Volgens UGT en CCOO is de woningcrisis inmiddels zo ernstig geworden dat normale onderhandelingen en demonstraties niet meer voldoende zijn.

De bonden stellen dat steeds meer werknemers weliswaar een salaris ontvangen, maar dat een steeds groter gedeelte daarvan direct opgaat aan huur of hypotheek.

Hun boodschap is simpel: een salaris waarmee iemand geen fatsoenlijke woning kan betalen, is volgens de vakbonden geen toereikend salaris.

De directe aanleiding voor de staking was mede het stranden van nieuwe woonmaatregelen in het Spaanse parlement.

Woningcrisis escaleert

Dat Spanje met een ernstig woningprobleem kampt, staat nauwelijks ter discussie.

In veel steden en kustgebieden zijn de huur- en koopprijzen sterk gestegen.

Tegelijkertijd blijft de bouw van nieuwe woningen achter bij de vraag.

Vooral jongeren worden zwaar getroffen. Volgens cijfers van de Spaanse jongerenraad kan de gemiddelde huurprijs voor iemand met een jongerensalaris vrijwel het volledige maandinkomen opslokken.

Daarnaast zijn de afgelopen weken grote protesten gehouden tegen huisuitzettingen en hoge huren.

De dood van de 87-jarige Maricarmen Abascal, kort na haar huisuitzetting in Madrid, heeft de maatschappelijke onrust verder aangewakkerd.

Maar de timing roept vragen op

Wat de staking politiek gevoelig maakt, is het moment waarop deze wordt gehouden.

Premier Pedro Sánchez heeft vervroegde verkiezingen uitgeroepen voor 29 november.

De algemene staking vindt daardoor midden in de verkiezingsstrijd plaats.

Dat is uitzonderlijk.

Sinds het herstel van de Spaanse democratie is er volgens persbureau EFE niet eerder een grote landelijke algemene staking van de belangrijkste vakbonden geweest terwijl er al landelijke verkiezingen waren uitgeschreven.

Critici vragen zich daarom af of de vakbonden niet eerder in actie hadden kunnen komen, aangezien problemen rond wonen en koopkracht al jaren spelen.

UGT en CCOO hebben historisch nauwe banden met links

De discussie wordt versterkt doordat beide vakbonden historisch nauwe banden hebben met de Spaanse politieke linkerzijde.

UGT werd in 1888 opgericht door Pablo Iglesias Posse, ook oprichter van de socialistische PSOE.

CCOO ontstond later vanuit de arbeidersbeweging en had historisch nauwe banden met de Spaanse communistische partij.

Tegenwoordig zijn beide organisaties formeel onafhankelijk van politieke partijen.

Toch wordt hun verhouding met linkse regeringen regelmatig onderwerp van politieke discussie.

Miljoenen euro’s aan overheidssubsidies

Ook de publieke financiering van vakbonden speelt daarbij een rol.

De Spaanse overheid stelt jaarlijks miljoenen euro’s beschikbaar voor vakbondsactiviteiten.

Voor 2026 heeft het ministerie van Arbeid maximaal 32 miljoen euro beschikbaar gesteld voor subsidies aan vakbonden.

Het geld wordt verdeeld op basis van hun representativiteit en is bedoeld voor activiteiten ter verdediging en bevordering van de economische en sociale belangen van werknemers.

Daarnaast bestaat er afzonderlijke financiering voor vakbonden die deelnemen aan overlegstructuren binnen de publieke sector.

Voor 2026 werd daarvoor bijvoorbeeld ruim 1,2 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Omdat UGT en CCOO de grootste en meest representatieve vakcentrales zijn, ontvangen zij een belangrijk deel van verschillende subsidieregelingen.

Dat overheidsgeld is legaal en wordt via officiële regelingen verstrekt. De bewering dat vakbondsbestuurders daarmee persoonlijk “hun zakken vullen” kan op basis van die subsidies echter niet als feit worden vastgesteld.

Waar komt ‘comegambas’ vandaan?

In de Spaanse politieke discussie duikt regelmatig een opvallende bijnaam op voor vakbondsbestuurders:

comegambas.

Letterlijk betekent dat ongeveer ‘garnaleneters’.

Het is een spottende en negatieve term die wordt gebruikt door critici die vinden dat bepaalde vakbondsbestuurders te comfortabel zijn geworden en te ver van gewone werknemers afstaan.

De term kreeg bekendheid door verhalen en beelden rond uitgebreide maaltijden en privileges van vakbondsfunctionarissen.

Ook in recente jaren zijn leiders van UGT en CCOO tijdens demonstraties publiekelijk met de term uitgescholden.

Het blijft echter een politieke scheldnaam en geen neutrale omschrijving van vakbondsbestuurders.

Vakbonden waren niet acht jaar stil

De bewering dat UGT en CCOO acht jaar lang helemaal niets van zich hebben laten horen klopt dus niet.

Zo organiseerden de bonden in 2021 tientallen demonstraties rond lonen, pensioenen en arbeidsrechten.

In 2024 en 2025 voerden ze actie voor invoering van de 37,5-urige werkweek.

Ook in 2026 waren er al demonstraties rond arbeidsrechten en publieke voorzieningen.

Wat wél klopt, is dat ze onder de regeringen van Pedro Sánchez tot nu toe geen gezamenlijke landelijke algemene staking hadden georganiseerd.

En precies dát maakt de actie van november opvallend.

Staking kan regering én oppositie raken

De vakbonden presenteren de actie nadrukkelijk niet als protest tegen één specifieke politieke partij.

Hun eisen zijn gericht op hogere lonen, lagere woonlasten en structurele maatregelen tegen de woningcrisis.

Tegelijkertijd richt een algemene staking zich onvermijdelijk ook tegen het bestaande beleid.

Daarmee kan de actie politiek ongemakkelijk worden voor de regering-Sánchez, juist omdat PSOE zelf probeert wonen centraal te stellen in de verkiezingscampagne.

Woningnood brengt vakbonden terug naar de straat

Hoe men ook naar de politieke timing kijkt, duidelijk is dat de Spaanse woningcrisis inmiddels niet meer alleen een onderwerp is van huurdersorganisaties en jongeren.

Met UGT en CCOO sluiten nu ook de twee grootste vakcentrales van het land zich aan bij de protestbeweging.

Op 11 november moet blijken hoeveel werknemers daadwerkelijk gehoor geven aan de oproep.

De staking wordt daarmee niet alleen een test voor de kracht van de Spaanse vakbeweging, maar ook een belangrijk politiek moment in de laatste weken voor de verkiezingen van 29 november.

Vergelijkbare berichten