Spaanse woningcrisis bereikt kookpunt: 76% wil dat overheid ingrijpt om wonen betaalbaar te maken
De onvrede over de Spaanse woningmarkt wordt steeds groter. Meer dan driekwart van de Spanjaarden vindt dat de overheid moet ingrijpen om ervoor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot betaalbare woonruimte. Maar liefst negen op de tien ondervraagden willen dat er meer publieke woningen worden gebouwd. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van het Spaanse onderzoeksinstituut CIS. De uitkomsten verschijnen op een moment waarop stijgende huurprijzen, woningtekorten en protesten de politieke discussie in Spanje domineren.
Voor veel Spanjaarden wordt het steeds moeilijker om zelfstandig een woning te huren of te kopen.
Vooral jongeren, alleenstaanden en huishoudens met lagere inkomens ondervinden problemen.
In populaire steden en kustgebieden zijn de prijzen de afgelopen jaren sterk gestegen.
Tegelijkertijd blijft het aanbod van betaalbare woningen in veel gebieden beperkt.
Het gevolg is dat steeds meer mensen vinden dat de overheid een grotere verantwoordelijkheid moet nemen.
76,3 procent wil meer overheidsingrijpen
Volgens de nieuwe Woningbarometer 2026 van het Centro de Investigaciones Sociológicas (CIS) vindt 76,3 procent van de ondervraagden dat de overheid zoveel als nodig moet ingrijpen op de woningmarkt om de toegang tot huisvesting te garanderen.
Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met het Spaanse ministerie van Volkshuisvesting.
Tussen 22 en 30 juni 2026 werden 6.019 mensen geïnterviewd.
De resultaten werden op 8 oktober gepubliceerd en kwamen op 15 oktober opnieuw onder de aandacht via de Britse krant The Olive Press.
Het is voor het eerst in acht jaar dat het CIS weer een uitgebreid afzonderlijk onderzoek naar de Spaanse woningmarkt heeft uitgevoerd.
De uitkomsten laten zien dat huisvesting voor veel Spanjaarden een van de belangrijkste maatschappelijke onderwerpen is geworden.
Negen op de tien Spanjaarden willen meer sociale woningen
De sterkste steun bestaat voor het uitbreiden van de publieke woningvoorraad.
Maar liefst 91,4 procent vindt dat overheden meer publieke woningen moeten bouwen.
Daarbij gaat het om woningen die tegen betaalbare voorwaarden beschikbaar worden gesteld.
Het doel is om huishoudens die moeilijk toegang krijgen tot de commerciële woningmarkt meer mogelijkheden te bieden.
In Spanje is de voorraad sociale huurwoningen relatief beperkt in vergelijking met verschillende andere Europese landen.
Dat maakt het voor huishoudens met een lager inkomen lastig om een betaalbaar alternatief te vinden.
Meer publieke woningbouw wordt daarom door veel ondervraagden als een belangrijke oplossing gezien.
De vraag blijft echter hoe snel voldoende nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd.
Grond, financiering, vergunningen en bouwcapaciteit spelen daarbij een belangrijke rol.
Bijna 87 procent maakt zich zorgen over de woningmarkt
Het onderzoek laat ook zien hoe sterk de zorgen over huisvesting leven onder de bevolking.
Van alle ondervraagden zegt 86,9 procent zich veel of behoorlijk zorgen te maken over de huidige situatie.
Ruim vier op de tien geven aan persoonlijk negatieve gevolgen van de woningcrisis te ondervinden.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om hoge huren, moeilijke toegang tot een koopwoning of onzekerheid over de woonsituatie.
Volgens het CIS heeft 8,2 procent in de afgelopen vijf jaar te maken gehad met problemen bij het betalen van de huur.
Nog eens 4,3 procent gaf aan op enig moment de hypotheek niet te kunnen betalen.
Daarnaast zegt 8,1 procent te zijn verhuisd omdat de woning niet langer betaalbaar was.
De cijfers maken duidelijk dat het probleem verder gaat dan alleen hoge vraagprijzen op vastgoedwebsites.
Jongeren blijven langer bij hun ouders wonen
Een van de zichtbare gevolgen van de Spaanse woningcrisis is dat veel jongeren moeite hebben om zelfstandig te gaan wonen.
Vooral in grote steden is de verhouding tussen salarissen en woonlasten problematisch.
Wie een appartement wil huren, moet vaak rekening houden met een hoge maandhuur en aanvullende kosten.
Voor de aankoop van een woning is bovendien voldoende spaargeld nodig.
Dat vormt een probleem voor jonge werknemers met tijdelijke contracten of een beperkt inkomen.
Volgens het CIS zijn hoge aankoop- en huurprijzen voor veel mensen een belangrijke reden om een zelfstandig huishouden uit te stellen.
Daardoor blijven sommige jongeren langer bij hun ouders wonen.
Anderen delen een woning met meerdere huisgenoten, ook wanneer zij liever zelfstandig zouden wonen.
Spanje blijft een land van huiseigenaren
Opvallend is dat de voorkeur voor een eigen woning nog altijd zeer groot is.
Bijna 94 procent van de ondervraagden zegt liever in een koopwoning te wonen.
Dat past bij de traditionele Spaanse woningcultuur.
Veel gezinnen beschouwen een eigen woning als een belangrijke vorm van financiële zekerheid.
Volgens de enquête is meer dan de helft van de ondervraagden eigenaar van een woning.
Een kleiner gedeelte woont in een huurwoning.
Toch wordt kopen voor een groeiende groep huishoudens steeds moeilijker.
De wens om eigenaar te worden blijft groot, maar de financiële mogelijkheden sluiten daar niet altijd op aan.
Moet de overheid ook leegstaande woningen aanpakken?
Een gevoelig onderwerp binnen de woningdiscussie is het grote aantal woningen dat niet permanent wordt bewoond.
Sommige panden staan langdurig leeg.
Andere woningen worden uitsluitend gebruikt als tweede verblijf of vakantiehuis.
De vraag is of de overheid eigenaren moet stimuleren om deze woningen beschikbaar te stellen voor reguliere bewoning.
Volgens de CIS-enquête is ongeveer 40 procent van de ondervraagden voorstander van het onteigenen van leegstaande woningen.
Een meerderheid van 54,3 procent is daartegen.
Dat laat zien dat de steun voor overheidsingrijpen niet onbeperkt is.
Meer sociale woningbouw krijgt brede steun, maar ingrijpen in particulier eigendom ligt aanzienlijk gevoeliger.
Bovendien is niet iedere leegstaande woning zonder meer geschikt of beschikbaar voor permanente bewoning.
Vakantieverhuur speelt ook een rol
In verschillende Spaanse steden staat toeristische verhuur ter discussie.
Vooral in Barcelona, Málaga, Valencia en Alicante zijn de regels voor vakantieappartementen aangescherpt of worden nieuwe beperkingen voorbereid.
Voorstanders van deze maatregelen vinden dat reguliere woonruimte zoveel mogelijk beschikbaar moet blijven voor inwoners.
Zij wijzen erop dat vakantieverhuur in bepaalde wijken kan concurreren met langdurige woningverhuur.
Verhuurders en ondernemers benadrukken juist het belang van toerisme voor de economie.
Ook stellen zij dat beperkingen op vakantieverhuur niet automatisch voldoende nieuwe huurwoningen opleveren.
Uit het CIS-onderzoek blijkt dat 75,6 procent van de ondervraagden voorstander is van beperkingen op toeristische appartementen.
Dat betekent echter niet dat al deze mensen een volledig verbod willen.
De precieze vorm van de beperkingen blijft onderwerp van discussie.
De woningcrisis zorgt voor protesten in Madrid
De onvrede over de woningmarkt is de afgelopen weken duidelijk zichtbaar geworden op straat.
In Madrid ontstonden protesten na de uitzetting van de 87-jarige Maricarmen Abascal.
De vrouw had meer dan zeventig jaar in dezelfde woning gewoond.
Haar situatie leidde tot grote publieke verontwaardiging en demonstraties tegen de woningcrisis.
Op het bekende plein Puerta del Sol verzamelden actievoerders zich om aandacht te vragen voor de positie van huurders.
De zaak groeide uit tot een symbool van de problemen waarmee sommige Spaanse huishoudens worden geconfronteerd.
Maricarmen overleed op 7 oktober, nadat zij eerder uit haar woning was gezet.
Haar overlijden versterkte de maatschappelijke discussie over huisvestingszekerheid en bescherming tegen huisuitzettingen.
De CIS-enquête werd overigens al in juni afgenomen.
De resultaten zijn dus geen directe reactie op deze gebeurtenissen.
Nieuwe woningmaatregelen zorgen voor politieke verdeeldheid
De Spaanse regering van premier Pedro Sánchez heeft verschillende maatregelen voorgesteld om de woningcrisis aan te pakken.
Daarbij gaat het onder andere om extra bescherming voor kwetsbare huurders, maatregelen tegen bepaalde vormen van vastgoedspeculatie en ondersteuning van woningzoekenden.
Ook zijn voorstellen gedaan om bestaande huurcontracten onder voorwaarden langer te laten doorlopen.
Begin oktober werden twee belangrijke regeringsdecreten echter door het Spaanse parlement afgewezen.
De regering presenteerde vervolgens aangepaste maatregelen.
De politieke partijen verschillen sterk van mening over de juiste aanpak.
Voorstanders van huurregulering vinden dat strengere regels noodzakelijk zijn om huurders te beschermen.
Critici waarschuwen dat te strikte regelgeving particuliere verhuurders kan ontmoedigen en het aanbod van huurwoningen verder kan beperken.
Daarmee draait de discussie niet alleen om de vraag óf de overheid moet ingrijpen, maar vooral hóé.
Meer woningen bouwen of bestaande woningen beter benutten?
Een belangrijk punt van discussie is de manier waarop Spanje het woningtekort kan verminderen.
Sommige deskundigen benadrukken dat meer nieuwbouw noodzakelijk is.
Andere partijen richten zich op het beter benutten van bestaande gebouwen en leegstaande woningen.
Ook het versnellen van vergunningprocedures en het beschikbaar stellen van bouwgrond worden regelmatig genoemd.
In populaire steden is ruimte voor nieuwbouw soms beperkt.
Tegelijkertijd staan in minder dichtbevolkte delen van Spanje woningen leeg.
Maar deze huizen liggen niet altijd op plaatsen waar voldoende werkgelegenheid en voorzieningen beschikbaar zijn.
Daarom kan het woningtekort niet eenvoudig worden opgelost door alleen naar het totale aantal woningen in Spanje te kijken.
De locatie en betaalbaarheid zijn minstens zo belangrijk.
Wat betekent dit voor Nederlanders en Belgen in Spanje?
Ook buitenlandse inwoners en eigenaren van Spaanse woningen kunnen met de gevolgen van het veranderende woningbeleid te maken krijgen.
Wie een huis in Spanje wil kopen, moet rekening houden met stijgende prijzen en verschillen tussen regio’s.
Voor mensen die hun woning langdurig verhuren, zijn wijzigingen in de huurwetgeving belangrijk.
Daarnaast kunnen eigenaren van vakantieappartementen te maken krijgen met gemeentelijke vergunningen en beperkingen.
Toch betekent de uitslag van een opinieonderzoek niet dat er automatisch nieuwe regels worden ingevoerd.
De enquête geeft vooral inzicht in wat ondervraagde Spanjaarden van de woningmarkt vinden.
Of en hoe de overheid vervolgens ingrijpt, hangt af van politieke besluitvorming en de geldende wetgeving.
Ook de Spaanse kustgebieden voelen de druk
De woningcrisis is niet alleen zichtbaar in Madrid en Barcelona.
Ook populaire kustgebieden hebben te maken met stijgende huizenprijzen.
Aan de Costa Blanca en Costa del Sol trekken woningen belangstelling van zowel Spaanse als buitenlandse kopers.
Daarbij gaat het om permanente bewoners, tweedehuizenbezitters en investeerders.
In sommige gemeenten wordt het voor lokale werknemers moeilijk om een woning te vinden die aansluit bij hun inkomen.
Vooral wanneer veel woningen bestemd zijn voor vakantieverhuur of tweede bewoning, ontstaat discussie over de beschikbaarheid voor vaste inwoners.
Tegelijkertijd verschillen de omstandigheden sterk per gemeente.
Een dorp in het binnenland kan te maken hebben met leegstand, terwijl aan de nabijgelegen kust een tekort aan betaalbare woningen bestaat.
Is meer overheidsingrijpen de oplossing?
De CIS-cijfers laten zien dat er brede maatschappelijke steun bestaat voor een grotere rol van de overheid.
Maar de uitkomsten geven geen eenduidig antwoord op de vraag welke maatregelen het meest effectief zullen zijn.
Het bouwen van meer betaalbare woningen, het beschermen van huurders en het stimuleren van particuliere verhuur kunnen verschillende gevolgen hebben.
Sommige maatregelen bieden op korte termijn bescherming, terwijl andere vooral op langere termijn effect hebben.
Ook kan beleid onbedoelde gevolgen hebben voor het aanbod van huurwoningen of de bereidheid om nieuwe woningen te bouwen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de politieke steun voor een maatregel, maar ook naar de praktische uitvoerbaarheid en de gevolgen voor huurders, kopers en eigenaren.
Conclusie: Spaanse bevolking wil verandering op woningmarkt
De Spaanse woningcrisis is uitgegroeid tot een van de grootste maatschappelijke zorgen van het land.
Volgens de nieuwste Woningbarometer van het CIS wil 76,3 procent van de ondervraagden dat de overheid zo veel als nodig ingrijpt om wonen toegankelijk te maken.
Meer dan negen op de tien steunen extra publieke woningbouw.
Tegelijkertijd zijn de meningen verdeeld over verdergaande maatregelen, zoals het onteigenen van leegstaande woningen.
De combinatie van hoge woonlasten, een beperkt aanbod en onzekerheid over toekomstige regelgeving houdt de discussie levend.
De belangrijkste boodschap van het onderzoek is duidelijk: veel Spanjaarden vinden dat betaalbaar wonen niet langer alleen aan de markt kan worden overgelaten. Maar over de manier waarop de overheid dat moet bereiken, bestaat nog volop discussie.
