Spaanse jongeren verlaten ouderlijk huis pas rond hun dertigste
Spaanse jongeren gaan gemiddeld pas op 30,2-jarige leeftijd zelfstandig wonen. Daarmee behoren zij tot de jongeren in Europa die het langst thuis blijven wonen.
Het Europese gemiddelde ligt op 26,3 jaar. In Nederland verlaten jongeren het ouderlijk huis gemiddeld al op 23,4-jarige leeftijd.
Spanje behoort tot de hoogste van Europa
De cijfers zijn afkomstig van Eurostat en hebben betrekking op 2025.
Alleen in enkele Europese landen ligt de gemiddelde leeftijd nog hoger:
- Kroatië: 31,5 jaar
- Slowakije: 30,9 jaar
- Griekenland: 30,9 jaar
Italië zit met 30,2 jaar precies op hetzelfde niveau als Spanje.
Jongeren blijven steeds langer thuis wonen
De gemiddelde leeftijd waarop Spaanse jongeren zelfstandig gaan wonen is de afgelopen jaren opgelopen.
In 2017 lag die nog op 29,3 jaar. In 2021 werd voor het eerst de grens van dertig jaar overschreden.
Daarna liep het gemiddelde verder op:
- 2021: 30,2 jaar
- 2022: 30,5 jaar
- 2023: 30,4 jaar
- 2024: 30,0 jaar
- 2025: 30,2 jaar
Opvallend is dat het gemiddelde in de Europese Unie in diezelfde periode vrijwel gelijk bleef.
Vrouwen vertrekken eerder dan mannen
Ook tussen mannen en vrouwen bestaat een duidelijk verschil.
Spaanse vrouwen verlaten het ouderlijk huis gemiddeld rond hun 29,6e jaar.
Bij mannen gebeurt dat pas rond 30,8 jaar.
Woningmarkt belangrijkste probleem
De hoge leeftijd hangt sterk samen met de Spaanse woningmarkt.
Huur- en koopprijzen zijn de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl het aanbod van betaalbare woningen beperkt blijft.
Voor jongeren vormt dat een extra groot probleem omdat hun inkomen vaak nog relatief laag is.
Volgens de Spaanse jongerenraad zou een jonge werknemer gemiddeld zelfs 98,7 procent van zijn salaris nodig hebben om alleen een huurwoning te betalen.
Woning delen blijft duur
Wie een woning deelt met anderen is goedkoper uit, maar ook dan zijn de woonlasten hoog.
Gemiddeld gaat bij gedeelde woonruimte ongeveer 33,6 procent van het inkomen naar de huur.
Dat ligt nog altijd boven de vaak gebruikte richtlijn waarbij ongeveer 30 procent van het inkomen als maximaal betaalbare woonlast wordt beschouwd.
Slechts kwart van werkende jongeren woont zelfstandig
Zelfs het hebben van een baan is tegenwoordig geen garantie meer dat iemand het ouderlijk huis kan verlaten.
In 2025 woonde slechts 25,2 procent van de werkende jongeren zelfstandig.
In de tweede helft van dat jaar daalde de algemene emancipatiegraad naar 14,5 procent.
Dat was volgens de Spaanse jongerenraad het laagste percentage voor een tweede halfjaar sinds het begin van de metingen.
Bijna 50.000 jongeren terug bij ouders of niet uit huis gegaan
Het aantal jongeren dat buiten het ouderlijk huis woonde nam binnen een jaar met 48.513 personen af.
Dat laat zien dat het probleem niet alleen speelt bij studenten of jongeren zonder werk.
Ook jongeren mét een inkomen hebben steeds meer moeite om zelfstandig woonruimte te betalen.
Huren en kopen veel duurder geworden
De situatie wordt verder bemoeilijkt door snel stijgende woningprijzen.
Volgens de aangehaalde cijfers stegen de huren in een jaar tijd met ongeveer 9 procent.
Koopwoningen werden zelfs meer dan 16 procent duurder.
Tegelijkertijd wordt geschat dat Spanje ongeveer 700.000 extra woningen nodig heeft om het tekort terug te dringen.
Meer dan helft zelfstandig wonende jongeren huurt
Van de jongeren die wél zelfstandig wonen, huurt ongeveer 55 procent een woning.
Slechts 19,7 procent woont helemaal alleen.
Ongeveer 33 procent deelt een appartement of woning met anderen.
Nederland bijna zeven jaar eerder
Het verschil met Nederland is groot.
Nederlandse jongeren verlaten het ouderlijk huis gemiddeld op 23,4-jarige leeftijd.
Dat is bijna zeven jaar eerder dan in Spanje.
Ook jongeren in Duitsland en Frankrijk vertrekken aanzienlijk eerder, gemiddeld rond respectievelijk 24,1 en 23,8 jaar. Finse jongeren zijn binnen de EU het snelst zelfstandig en vertrekken gemiddeld al rond hun 21,4e jaar.
Spaanse jongeren zitten klem tussen inkomen en woningprijzen
De cijfers laten vooral zien hoe moeilijk het voor jonge Spanjaarden is geworden om een zelfstandig bestaan op te bouwen.
Het probleem lijkt steeds minder samen te hangen met de traditionele Spaanse gezinscultuur en steeds meer met pure betaalbaarheid.
Wie een vast inkomen heeft, kan door de hoge huur- en koopprijzen alsnog jarenlang afhankelijk blijven van het ouderlijk huis.
Daarmee is de woningcrisis niet alleen een probleem voor mensen die al huren of willen kopen, maar ook voor een hele generatie die de eerste stap naar zelfstandig wonen steeds later kan zetten.
