Ceuta blijft onder zware druk terwijl Spanje en EU voorzichtig blijven over rol Marokko
Ruim een maand na de massale grensoverschrijdingen van eind juli blijft Ceuta onder grote druk staan. Duizenden mensen moeten nog worden geregistreerd, opgevangen of teruggestuurd, terwijl de Spaanse regering steeds nieuwe locaties gereedmaakt voor tijdelijke opvang.
Tegelijkertijd blijft één vraag de politieke discussie beheersen: welke rol speelde Marokko bij de gebeurtenissen van 30 en 31 juli?
Hoewel daarover in Spanje steeds meer wordt gediscussieerd, vermijden zowel de Spaanse regering als de Europese Commissie vooralsnog om de Marokkaanse regering rechtstreeks verantwoordelijk te stellen. De EU noemt Marokko juist een belangrijke strategische partner bij de bestrijding van irreguliere migratie.
‘Geen gewone migratiecrisis’
Volgens Eduardo Saldaña, journalist en analist bij El Orden Mundial, moet wat in Ceuta is gebeurd niet worden gezien als een normale migratiecrisis.
In het radioprogramma Julia en la Onda van Onda Cero sprak hij van mogelijke instrumentalisering van migratie: het inzetten van migratiestromen als politiek drukmiddel.
Dat is zijn analyse en geen juridisch vastgestelde conclusie over de verantwoordelijkheid van Marokko.
Saldaña wijst erop dat migratie in internationale betrekkingen vaker als drukmiddel is gebruikt en vindt dat de gebeurtenissen in Ceuta daarom ook vanuit geopolitiek perspectief moeten worden bekeken.
Ceuta nog altijd verzadigd
De onmiddellijke uitdaging blijft ondertussen de situatie in de autonome stad zelf.
Volgens de Spaanse regering waren er vóór de gebeurtenissen van 30 en 31 juli slechts ongeveer 500 tot 600 opvangplaatsen beschikbaar in het tijdelijke opvangcentrum CETI.
Sindsdien zijn meer dan 3.400 extra plaatsen gecreëerd. Toch bevinden zich nog altijd mensen zonder geschikte opvang in de stad.
De Europese Commissie sprak eerder eveneens over enkele duizenden mensen die nog in Ceuta verbleven, onder wie een aanzienlijk aantal alleenstaande minderjarigen.
Spaanse regering neemt deel haven over
Om extra opvang mogelijk te maken heeft de centrale regering een vergaande maatregel genomen.
Minister van Transport Óscar Puente heeft toestemming gegeven om tijdelijk 16.000 vierkante meter van het havengebied van Ceuta te gebruiken voor humanitaire opvang.
Daar komen tenten en andere voorzieningen voor meer dan 1.000 mensen. Naast slaap- en rustplaatsen worden er onder andere:
- een ziekenboeg;
- medische voorzieningen;
- ruimtes voor maatschappelijke hulp;
- kantoren voor hulpverleners;
- beveiligingsvoorzieningen
ingericht.
Ceuta was tegen gebruik van haven
De maatregel is omstreden.
Het bestuur van de haven had eerder tegen het gebruik van het terrein voor opvang gestemd. De lokale regering van Ceuta noemt de locatie ongeschikt omdat de haven als kritieke infrastructuur wordt beschouwd.
Ook een technisch rapport wees erop dat tijdelijke opvang op deze plaats extra risico’s kan opleveren voor de beveiliging en normale werkzaamheden in het havengebied.
De centrale regering vindt echter dat het algemeen belang en de uitzonderlijke situatie zwaar genoeg wegen om de locatie toch te gebruiken, mits aanvullende veiligheidsmaatregelen worden genomen.
Opvang volgens Madrid tijdelijk
Minister van Territoriaal Beleid Ángel Víctor Torres benadrukte zondag dat de tenten in de haven geen permanente opvanglocatie moeten worden.
De bedoeling is mensen zo snel mogelijk te identificeren en vervolgens de juridische procedures voor terugkeer te starten wanneer zij geen verblijfsrecht hebben.
Torres meldde daarnaast dat inmiddels ongeveer 1.500 tot 1.600 minderjarigen waren geregistreerd, al wordt het definitieve cijfer later officieel bekendgemaakt.
Madrid trekt 309 miljoen euro uit voor Ceuta
De Spaanse regering heeft inmiddels 309 miljoen euro beschikbaar gesteld om de gevolgen van de crisis aan te pakken.
Het geld wordt onder andere gebruikt voor veiligheid, humanitaire opvang, gezondheidszorg, ondersteuning van de lokale economie en extra infrastructuur.
Ook werd eind augustus de situatie uitgeroepen tot een aangelegenheid van nationaal veiligheidsbelang, waardoor middelen van verschillende ministeries onder sterkere centrale coördinatie kunnen worden ingezet.
Waarom wijst Spanje Marokko niet rechtstreeks aan?
Politiek ligt vooral de houding tegenover Marokko gevoelig.
Volgens Saldaña viel bij het recente optreden van premier Pedro Sánchez op dat hij zeer duidelijk sprak over andere internationale kwesties, terwijl hij terughoudend bleef over de mogelijke verantwoordelijkheid van Rabat.
Sánchez benadrukt juist dat Marokko momenteel met Spanje samenwerkt om nieuwe grensoverschrijdingen te voorkomen en mensen terug te nemen.
Daartegenover staan politieke partijen en commentatoren die vinden dat Madrid veel harder richting Rabat zou moeten optreden.
Ook Brussel kiest voor voorzichtige lijn
De Europese Commissie volgt in grote lijnen dezelfde voorzichtige koers.
Brussel noemde Marokko op 3 september opnieuw een belangrijke strategische partner bij de bestrijding van mensensmokkel en irreguliere migratie.
De Commissie prees bovendien de samenwerking tussen Spanje en Marokko bij het beheersen van de situatie en het organiseren van terugkeer.
Dat is opvallend omdat tegelijkertijd in Spanje discussie bestaat over aanwijzingen die mogelijk wijzen op betrokkenheid van personen aan Marokkaanse zijde bij de gebeurtenissen.
Tot dusver heeft de Europese Commissie op basis daarvan echter geen officiële verantwoordelijkheid bij de Marokkaanse regering gelegd.
EU wil vooral nieuwe grensoverschrijdingen voorkomen
Brussel richt zich vooral op het voorkomen van een nieuwe massale toestroom.
De Commissie heeft Spanje financiële en operationele ondersteuning aangeboden, waaronder mogelijke inzet van Frontex, Europol en het EU-Asielagentschap.
Ook werkt Brussel samen met onlineplatforms om berichten van mensensmokkelaars en oproepen tot illegale grensoverschrijdingen tegen te gaan.
Kort na het begin van de crisis stelde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat de gevaarlijke grensoverschrijdingen moesten stoppen en dat mensen zonder verblijfsrecht snel moesten worden teruggestuurd. Tegelijkertijd sprak zij vertrouwen uit in de samenwerking met Marokko.
Marokko voor EU te belangrijk om relatie snel op scherp te zetten
Volgens Saldaña speelt bij de terughoudendheid van Brussel mee dat Marokko een zeer belangrijke positie heeft aan de zuidelijke buitengrens van Europa.
De EU werkt met Rabat samen op gebieden als:
- migratie;
- grensbewaking;
- bestrijding van mensensmokkel;
- handel;
- veiligheid.
Een open conflict met Marokko zou volgens deze analyse het risico kunnen vergroten op nieuwe problemen aan de zuidelijke Europese grens.
De Europese Commissie bevestigt in ieder geval dat zij de samenwerking met Marokko de afgelopen jaren juist heeft uitgebreid en die relatie verder wil versterken.
Europese landen kijken met zorgen naar Ceuta
De crisis raakt bovendien niet uitsluitend Spanje.
Andere Europese landen vrezen dat grote aantallen mensen vanuit Ceuta uiteindelijk verder het Schengengebied in kunnen reizen.
Tot nu toe zegt de Europese Commissie dat zulke grote secundaire migratiestromen vanuit Ceuta naar andere EU-landen zijn voorkomen.
Toch hebben sommige landen vanwege de gebeurtenissen tijdelijke grenscontroles ingevoerd of verlengd.
Zo heeft Italië controles ingesteld op lucht- en zeeverkeer vanuit Spanje vanwege het risico op secundaire migratiebewegingen.
Crisis wordt steeds meer geopolitiek dossier
De gebeurtenissen van eind juli zijn daarmee uitgegroeid tot veel meer dan een lokaal opvangprobleem.
Ceuta moet duizenden mensen opvangen en registreren, de Spaanse regering probeert de situatie te normaliseren en de EU wil voorkomen dat de crisis gevolgen krijgt voor het Schengengebied.
Tegelijkertijd blijft de mogelijke rol van Marokko boven het dossier hangen.
Vooralsnog kiezen zowel Madrid als Brussel voor samenwerking met Rabat in plaats van een rechtstreekse confrontatie. Volgens critici is die houding te voorzichtig; volgens de Europese Commissie is samenwerking met Marokko juist essentieel om de grens te beheersen en nieuwe illegale grensoverschrijdingen te voorkomen.
Zolang niet definitief is vastgesteld wie de massale beweging van 30 en 31 juli organiseerde en welke rol Marokkaanse functionarissen daarbij precies speelden, zal die discussie waarschijnlijk blijven voortduren.
